Initiatiefvoorstellen indienen

Initiatiefvoorstellen indienen

Gemeentewet, artikel 147a

  1. Een lid van de raad kan een voorstel voor een verordening of een ander voortel ter behandeling in de raad indienen.

  2. De raad regelt op welke wijze een voorstel voor een verordening wordt ingediend of behandeld.

  3. De raad regelt op welke wijze en onder welke voorwaarden een ander voorstel wordt ingediend en behandeld.

Reglement van Orde Leiderdorp, artikel 35 Initiatiefvoorstellen

  1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter van de raad.

  2. Deze voorstellen worden op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

  3. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat:
    a. het voorstel met het oog op de orde van de vergadering samen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;
    b. het voorstel eerst dient te worden behandeld in het politiek forum of voor advies naar het college dient te worden gezonden. In dat geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

 Verordening ambtelijke bijstand Leiderdorp, Artikel 2

  1. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:
    a. feitelijke informatie van geringe omvang;
    b. inzage in of afschrift van een document als bedoeld in artikel 1 onder de Wet Openbaarheid van Bestuur.

  2. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek tot bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of bij het verlenen van andere (ambtelijke) bijstand.
  3. Een raadslid geeft bij een verzoek om bijstand zo concreet mogelijk aan welke bijstand (vorm, inhoud en termijn) hij wenst.

  4. De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b wordt door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de griffier gegeven.

  5. De bijstand, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend door de griffier of een griffiemedewerker. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een griffiemedewerker kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

  6. De betrokken ambtenaar die de bijstand, als bedoeld in het vierde lid, verleent, werkt onder de inhoudelijke verantwoordelijkheid van de griffier en rapporteert derhalve ook rechtstreeks aan de griffier.